Het Aamsveen, na de brand (3)
[1 augustus 2011]
Groen is de kleur die nu overheerst in het voorheen zwartgeblakerde gebied.
Direct vóór de hut is de brand tot staan gebracht door de brandweer.
De brand heeft voor vuurrode padstoelen gezorgd. Terwijl we hier vroeger zelden padstoelen aantroffen.
Grenssteen 845-A tekent zich mooi af tegen de bewolkte hemel.
De verhoudingen worden hier duidelijk.
Gp 845-A en 845-B staan op zichtafstand van elkaar.
Gp 845-B ziet er wat smoezelig uit aan de top.
Daarom nemen we nu eens een foto van boven naar beneden, staande op de hoge sokkel.
Op sommige plekken is de aslaag nog centimeters dik.
Gp 845-C staat ogenschijnlijk ingeklemd tussen twee dunne stammetjes, maar dat is optisch bedrog.
In het meertje bevindt zich nog een eenzame groene kikker. We horen verder geen gekwaak. Op deze plek komen we tot de conclusie dat het Aamsveen doodstil is. We horen hier geen vogels, we zien geen vlinders en libellen en er ritselt weinig in het gras en tussen de varens.
Wél verwonderlijk is het grote aantal padstoelen op de asgrond. Het lijkt daardoor alsof het al herfst is, maar het is nog maar net augustus.
Bij het meertje treffen we nog een jonge bruine pad aan. Hij kijkt verwonderd de wereld in, alsof hij zich afvraagt hoe het nu verder moet.
Dat vragen wij ons soms ook af, als we vanwege de modderpoelen niet weten hoe we onze voeten droog moeten houden.
Gp 845-F staat zoals altijd hoog en droog, maar is enigszins aangetast door het hevige vuur.
Van enige afstand is hij nauwelijks meer te zien door de metershoge nieuwe varens.
Vergelijk het jonge padje met dit oudere “monster”. Ineens zien we dit dier dat moeizaam over het wandelpad voor ons loopt. We vrezen voor zijn levenskansen want aan de voorzijde is er duidelijk iets mis. Zijn ogen aan de zijkant zijn nauwelijks meer te zien, en de grote open gaten moeten zijn neusgaten zijn. Op een foto van de zijkant is te zien dat er als het ware een deel van zijn voorkant is afgesneden. Of dat door de brand gekomen is of door een andere oorzaak, kunnen we niet vaststellen. *
Bij deze stenen “wachter” slaan we linksaf, om vervolgens te constateren dat de schade veroorzaakt door de brandweer goeddeels hersteld is. * Reacties van natuurdeskundigen Harry van der Sleen stuurde ons een waardevolle aanvulling, afkomstig van een bevriende natuurdeskundige: Hans Hermans weet veel van planten, en schrijft:
Waaraan kan het liggen dat het in het Aamsveen zo muisstil is? Voor vogels, vlinders en andere insecten is het nu een kleine moeite om het gebied opnieuw te bevolken. Zou het kunnen dat zij de aslucht nog steeds ruiken en daar intuitief bang voor zijn. Als het daar echt zo vochtig is, als op de foto, zullen de adelaarsvarens verder toenemen. Koningsvaren wil het nog vochtiger, maar daarvoor is het nitraatgehalte in het Aamsveen te hoog. Zo zie je dat heel kleine nuances een heel ander florabeeld tot gevolg hebben.”
Het zijn treffende foto's en daarop ziet een geobotanicus nog iets. Bijna alle planten zijn indicatief. M.a.w., ze zeggen ons iets over de bodemgesteldheid. De Adelaarsvaren zegt ons dat de stikstoffen in de bodem toenemen. Op de foto zie ik een goede vriend van de Adelaarsvaren. Dat is de Bochtige Smele, een grassoort die de kop opsteekt als de nitraatwaarden van de bodem stijgen en het milieu zuurder wordt. In het Aamsveen zullen mettertijd Struikheide en Dopheide door Adelaarsvaren en Bochtige Smele verdrongen worden. In plaats van Bochtige Smele zou er een andere grassoort moeten staan met de naam Pijpestrootje. Dat gras kan ook groeien op grond die veel minder zuur is en minder nitraten bevat. De naam zegt het al, de strohalm werd vroeger gebruikt om tabakspijpen schoon te maken. |