Co Bieze, nestor
Op de Grens/Interviews
o Bieze wordt door zijn plaatsgenoot Eef Berns “de nestor van de Nederlandse grenspalenbeweging” genoemd. En dat is zeker geen onterechte kwalificatie. De heer Bieze is al in de tachtiger jaren actief als grenspalenliefhebber.
Iets dat hem voor ons extra interessant maakt, is zijn sterke binding met Twente!
Profiel van Co Bieze
Datum interview: 25 januari 2008
Leeftijd: 87
Geboortedatum: 3 augustus 1920
Geboorteplaats: Rotterdam
Sterrenbeeld: Leeuw
Woont in: Eindhoven
Beroep: Gepensioneerd ambtenaar van 's Rijksbelastingen
Hobby's: Autorijden, fotograferen, geschiedenis, natuur intrekken
Aanvullende informatie: Een combinatie van deze vier hobby's leidt vanzelf tot een ontmoeting met de grens en de grensmarkeringen.
Eef Berns noemt u 'de nestor van de Nederlandse
grenspalen-beweging', heeft hij daar gelijk in?
Voor zover mij bekend, was ik de enige die álle grenspalen langs de zuidgrens en de oostgrens van ons land in de jaren 1982 t/m 1987 heeft bezocht en gefotografeerd.
Bijzondere stenen fotografeerde ik van alle kanten. Bv. de Drilandsteen (862/1) van drie zijden.
Eef Berns noemt mij dus de nestor omdat ik de oudste ben, en de eerste die de gehele grens bekeek.
U woont in Eindhoven maar hebt een speciale band met Twente?
Twente heeft bij mijn vrouw en mij een bijzondere plaats ingenomen. Mijn vrouw is in Tubbergen geboren in een huis, waar grenssteen No. 74 in de tuin staat. Haar vader was in de eerste W.O. douaneambtenaar, en bewoonde een aan de grens gelegen ambtswoning aan de Laagsche Paal. Elk jaar gaan mijn vrouw en ik nog een week met
vakantie in Twente. Hotel Droste's in Tubbergen is onze favoriete verblijfplaats.
Hoe en wanneer hebt u uw vrouw leren kennen?
In 1947 leerde ik mijn vrouw in Rotterdam kennen bij een sportvereniging (tafeltennissen). Haar vader was intussen enkele malen overgeplaatst, en uiteindelijk in Rotterdam terechtgekomen.
Heeft uw latere interesse in grenspalen te maken met de geboorteplaats van uw vrouw?
Nee. Ik fietste een keer in de gemeente Luyksgestel, en zag twee gietijzeren grenspalen op een afstand van ongeveer 50 meter van elkaar staan. De volgende grenspaal stond 600 meter verder. Bij een andere keer stonden twee palen 2½ km uit elkaar. Dat roept dus vragen op. Ik dook de archieven in en ontdekte de reden van deze afstanden. Ondertussen vond ik in die archieven zoveel bijzondere aanwijzingen, dat mijn interesse in deze materie versterkt werd. Langzamerhand ben ik begonnen met fotograferen, en zo ben ik de hele grens afgegaan.
Uw interesse is pas laat ontstaan in uw leven, wanneer was dat?
Na mijn vervroegde pensionering ben ik in 1982 met deze hobby begonnen.
Tussen 1982 en 1987 hebt u dus alle grenspalen van Nederland gefotografeerd. De grenzen werden toen nog bewaakt, hoe ging het fotograferen toen?
Nooit moeite gehad met douane en/of politie. Als ik eens een steen of paal niet kon vinden, dan zocht ik contact met de Nederlandse douane. Deze ging dikwijls met mij mee, om te helpen zoeken.
Hoeveel foto's hebt u destijds gemaakt?
Ik heb ongeveer 2000 dia's en 2000 foto's gemaakt.
Beperkt uw interesse zich tot grensstenen, of stelt u ook belang in
andere objecten, zoals bijvoorbeeld douanegebouwen?
Ik heb mij vooral toegelegd op grensstenen. Incidenteel fotografeerde ik douanekantoren. Wel ben ik in het bezit van een aantal oude briefkaarten met douanegebouwen en andere grenssituaties.

Co Bieze bij gp 33 (31 augustus 1983)
U hebt ook een grote hoeveelheid documentatie aangelegd. Hebt u
daar veel plezier van gehad? En wordt die nog wel eens door anderen
geraadpleegd?
Het antwoord is driemaal ja.
Hoe hebt u de grensstenen bezocht, al wandelend of hoofdzakelijk
per auto?
Eerst op een oude bromfiets, maar toen de afstanden te groot werden met de auto. Ik heb naar schatting 50.000 à 60.000 km gereden, om mijn verzameling foto's en dia's bij elkaar te krijgen. Per auto naar de meest nabijgelegen locatie, en dan per voet verder.
Hoe was de toegankelijkheid van de grenslijn in de tachtiger jaren?
Was er nog overal een strook niemandsland en was elke steen goed
bereikbaar?
Geen niemandsland. De bereikbaarheid was wel eens moeilijk. B.v. door een sloot waden, door een beek waden, over hekken klimmen of door een moeras lopen. Eenmaal zag ik met de kijker een steen aan de andere kant van een kanaal staan, die enkele honderden meters van mij verwijderd was. Ik moest echter met de auto bij een grenskantoor de grens passeren, om over land bij die steen te komen. Dat was 20 km rijden.

Mevrouw Bieze bij gp 33 (31 augustus 1983)
U bent met uw kennis van de grens nog wel eens in de media
verschenen. Kunt u zo een paar optredens voor radio, TV en in kranten
noemen?
Ja. Van Gewest tot Gewest (september 1992), en andere TV uitzendingen bij AVRO, KRO, NCRV. Verder heb ik bijna alle regionale radiozenders in Nederland gehaald; en twee in België.
Verder veel kranten, o.a. de Telegraaf van 18 maart 1989, Weekblad Nestor van juni 1994. Drentse en Asser Courant van 13 mei 1989, Trouw dd 26 november 1988 en vele anderen.
Hebt u publicaties over de grens op uw naam staan? Welke?
Ik heb in verschillende tijdschriften stukjes over de grens geschreven. O.a. in het blad IMPOST van het Belasting en Douanemuseum te Rotterdam.
Kende u destijds meer mensen die belangstelling hadden voor
grenspalen?
In die tijd waren er ook nog anderen bezig met grenspalen en stenen. O.a. mijn collega Henk Agterhof, wonende te Dinxperlo, die zich bepaalde tot de stenen in de Achterhoek. Hij schreef een boek hierover: “De grens in de Achterhoek”.
De heer P. W. Stuy, wonende te Terneuzen onderzocht alle stenen in Zeeuws Vlaanderen. Deze streek is rijk aan grensstenen, o.a. tussen gemeenten, waterschappen, polders, kloosters enz. Hierover schreef hij het boek: “Zeeuws Vlaanderen - De geschiedenis van een grensgebied”. Beide boeken zijn zeer lezenswaardig.
Hoe kijkt u tegen de alsmaar groeiende belangstelling voor de grens
en de grensstenen aan?
Ik ben er blij mee. Ik heb al velen vooruit geholpen. Dit komt omdat ik over 40 briefordners met foto's en andere gegevens beschik, die ik gekopieerd heb ik diverse archieven. Er zijn mensen bij, die regelmatig bij de autoriteiten aankloppen, als er b.v. met de schouwing iets mis is of dat een paal of steen verdwenen is.
Wat vind u van alle webzijdes die er momenteel zijn?
Die bekijk ik weinig. Maar wat ik ervan gezien heb vind ik goed. Op deze wijze wordt de belangstelling voor grensmarkeringen aangewakkerd. Dat vind ik een goed resultaat. De grens is immers een stuk geschiedenis van ons land, die niet vergeten mag worden. De stenen en palen zijn historische erfstukken, die we met zijn allen moeten koesteren.
Had u al eens kennis genomen van onze webzijde, Op de Grens?
Neen.
Hoe kijkt u tegen de afbraak van de grens, en de desinteresse van
de Nederlandse overheid, aan?
Erg jammer. Daarom vind ik het goed dat velen van ons regelmatig contact opnemen met de betrokken autoriteiten. Op die manier kunnen we de overheid misschien wakker schudden.
U hebt de Drilandsteen 862/1 al genoemd, hebt u nog andere
favoriete stenen of grensstreken?
Ja. De oudste steen aan de grens in de gemeente Losser, no. 20. Verder de oude stenen, nummers 5, 6, 25, 103 en 117, de Münsterse stenen, de Fitus steen enz.
Wat heb ik vergeten te vragen?
Ik geloof dat we alles gehad hebben.

Co Bieze bij gp 50 (18 september 1987)
Op de Grens/Interviews
|