Op een oude grens
Op de Grens/Historisch

[23 mei 2008]
e grens in onze streken heeft maar minimale veranderingen ondergaan in
de loop van de eeuwen. Zeker als je hem vergelijkt met de grens in het
zuiden van Nederland en in België. Daar is het land in de loop van de
eeuwen zo vaak van eigenaar verwisseld dat het grensverloop veel
grilliger is. Er zijn in de loop van de eeuwen grenzen bepaald die al
lang niet meer gelden, maar de grensstenen staan er nog wel. Zo kan het
gebeuren dat ik midden in België op een parkeerplaats even de benen aan
het strekken ben na een lange autorit en zomaar tegen een grenspaal aan
loop. Een mooie, gave, zeskantige grenspaal met aan de ene kant de
letter B, aan de andere kant de letter P en het nummer 154.
Wonderlijk.
Na Maastricht zijn we de Belgische grens gepasseerd zonder er te
stoppen. De grens was merkbaar toen we met een plof van het gladde,
comfortabele, Nederlandse asfalt op het Belgische hobbelige wegdek
terechtkwamen. Het is dus een cadeautje om toch nog een grenspaal tegen
te komen al zijn we kilometers van de Nederlandse of Duitse grens
verwijderd.
De grenssteen staat bij de toegang tot een uitgestrekt veengebied, de
Hoge Venen. Het gebied ligt op ongeveer 600 meter hoogte en is
gedeeltelijk opengesteld voor wandelaars. Over kilometerslange vlonders
kun je het gebied doorkruisen, dat is een bijzondere belevenis. Het
veen lijkt niet erg op de venen die we hier kennen. Het lijkt niet zo
gecultiveerd te zijn. Ik heb er bijna geen open water gezien. Wel hoor
je voortdurend water murmelen in onzichtbare kleine waterloopjes tussen
de graspollen door. Het gedeelte waar wij zijn loopt geleidelijk af
naar beneden. De waterloopjes komen samen in een grillig riviertje.

Vlak na het toegangshek zien we aan de linkerkant een oud houten kruis
en na een paar honderd meter komen we rechts van het pad een tweede
grenspaal tegen, precies op de grens van het open veengebied en het
bos. Wel een apart geval: hij zit namelijk in een harnas. Zo te zien is
hij een keer doormidden gebroken is hij op deze manier weer opgelapt.
Het is zo degelijk gedaan dat de steen bijna onzichtbaar is geworden.

Wat verderop begint de vlonder en daar staat nummer 156. Deze ziet er
heel wat minder florissant uit. Hij is net als de vorige in tweeën
gebroken en weer opgelapt maar dat is in dit geval wat provisorisch
gebeurd. Deze steen is heel laag of hij is tot zijn middel weggezakt in
de veengrond.
We vervolgen ons pad over de vlonders. Dat is oppassen geblazen want de
planken zijn ongelijk van hoogte en soms ontbreken er een paar. Het is
hier heerlijk stil. Ik kan me voorstellen dat het tijdens vakanties en
met mooi weer behoorlijk druk kan zijn. Zelfs nu, op deze kille
maandag, komen we regelmatig andere wandelaars tegen.

Bij de volgende steen, nummer 157, maakt de vlonder een mooi bochtje.
Deze steen staat in zijn volle glorie op een wat hoger gelegen zandbult
temidden van wat struiken en boompjes. Hier begint zo te zien het
riviertje zijn loop. De vlonder houdt hier een tijdje op. Het pad volgt
de loop van het riviertje en na een poosje begint de vlonder weer.
Rondom zien we veel dode bomen. Sommige zijn op een meter hoogte
afgekapt. Er hebben ook grote bomen gestaan maar die zijn afgezaagd en
in moten verdeeld. Het is een vreemd gezicht, alsof de bomen in stukken
zijn gevallen en weer in vorm op de grond zijn gelegd.
We blijven de vlonder volgen langs het riviertje tot een tweesprong.
Daar besluiten we terug te keren. We moeten nog verder reizen vandaag.
De terugtocht over de vlonders valt wat tegen. Op de heenweg gingen we
gestaag naar beneden en nu moeten we natuurlijk weer omhoog.
Al met al hebben we 6 kilometer gelopen. Meer grenspalen hebben we niet
gezien. Op de parkeerplaats ontdek ik een bord met uitleg over de
grensstenen. We hebben over een oude Belgisch/Pruisische grens gelopen.
Deze grens heeft dienst gedaan tussen 1815 en 1914. Hij valt
gedeeltelijk samen met een nog oudere grens tussen de hertogdommen
Limburg en Luxemburg. Het kruis wat we in het begin zagen, werd in 1605
opgericht en gaf de grens aan tussen de prinsdommen van Luik en
Savelot-Malmedy. Het is hier een wirwar van oude grenzen en grensstenen
en andere grensmarkeringen.
Later thuis ben ik eens gaan zoeken op internet en daar tref ik op de
website van Peter Dirven veel meer foto’s en informatie over deze oude
grens. Na paal 157 vormt het kleine riviertje de grens, er was geen
reden om hier stenen te plaatsen. Dit riviertje heet Helle. Ik heb wel
eens gehoord dat Hel of Helle een naam is die misschien grens betekent
maar het kan in dit geval ook letterlijk hel betekenen. Zonder de
vlonders is het een volkomen onbegaanbaar gebied. Volgens Peter is de
grenssteen op de parkeerplaats een replica, dat verklaart zijn puntgave
uiterlijk. De steen is gemaakt van arduin, dat is een steensoort die in
België wordt gevonden.
Tenslotte ontdek ik te laat dat we dichtbij een bijzonder monument zijn
geweest: het kruis der verloofden. Hier vertel ik later meer over.

Aafke de Wijk
Op de Grens/Historisch
|