50 jaar ‘Stop van Ternaaien’
‘Stop’ betekent hier niet alleen halt, maar ook flessenkurk, zodat de Walen spreken over ‘Bouchon de Lanaye’. Vroeger was het een ‘flessenhals’, maar sinds 1961 zijn hier drie sluizen naast elkaar. De kleine sluizen, worden niet meer gebruikt, zodat zelfs plezierbootjes in de grote sluis geschut worden. Er zijn plannen om een nog grotere sluis te bouwen met twee schutkolken van 225 m lang en 25 meter breed, voor schepen van max. 6000 ton. Overigens tegen de zin van de burgers van Lieze (Lixhe) en Ternaaien (Lanaye), die hevig protesteren omdat ze overtuigd zijn dat het leefmilieu voor planten en dieren onherstelbaar verstoord zal worden
De vaarafstand tussen de ‘Stop’ en de Noordzee via de Maas bedraagt 220 km, maar via het Albertkanaal slechts 130 km. In 1960 gingen België en Nederland in gesprek en bestudeerden het Scheidingsverdrag uit 1839 waarin België het recht had om in het noorden van Limburg een kanaal te graven of een spoorlijn aan te leggen. Het ’Recht van Doortocht’ werd reeds vermeld in het IJzeren Rijn Verdrag van 13 januari 1873. In 1960 beloofde België de sluis van Ternaaien toegankelijk te maken voor schepen tot max. 2000 ton vanuit Nederland. Ons land beloofde dat men het ‘IJzeren Rijn Verdrag’, serieus zou nemen. (…) België hield zich aan de afspraak en bouwde in 1961 een grote sluiskolk in Ternaaien, maar Nederland hield geen woord. De IJzeren Rijn roest verder in het landschap…
We merken het al, het was niet altijd ‘koek en ei’, tussen Nederland en België. Op 22 oktober 1925 kwam prinses Juliana naar Limmel, een dorpje bij Maastricht, om de eerste schop in de grond te steken voor het te bouwen Julianakanaal. De 16 jarige prinses was te jong om te begrijpen dat België woedend was.Voor België was het onbegrijpelijk dat het Julianakanaal niet tot aan de grens doorgetrokken werd, want hun grote schepen konden de Hollandse Noordzeehavens niet bereiken: ‘Le canal Albert, réplique du canal Juliana, fut la réponse du berger à la bergère!’(…) (Vertaling: Het Albertkanaal is de reactie op het Julianakanaal, dat is het antwoord van de herder (België) aan zijn ontrouwe herderin (Nederland). Omdat zich in Maastricht uitsluitend kleine schepen (tot 450 ton) door een reeks van sluizen moesten wringen, deden Belgische schippers er niet zelden drie dagen over om in het Julianakanaal te komen. In 1927 was de maat vol en maakten de Belgen plannen om vanuit Luik, over Belgisch grondgebied, een kanaal naar Antwerpen te graven.
Het waren stoute plannen, want in Ternaaien moest de 115 meter hoge Sint Pietersberg 60 meter ingesneden en in Eigenbilzen moest de 85 meter hoge Maas-Schelde-waterscheiding 30 meter ingesneden worden. Door de Nederlandse loer met het Julianakanaal, bouwde België een eigen kanaal met veel voordelen. Men hoefde Nederland niet meer naar de ogen te kijken, de afstand tussen Maas en Noordzee zou een stuk korter worden, de inwoners van Antwerpen zouden gefilterd Maaswater uit de kraan krijgen, de droge zandgronden in de Kempen zouden met Maaswater bevloeid kunnen worden en het kanaal zou een defensief karakter hebben, als Nederland of Duitsland het zouden wagen om België binnen te vallen...
In 1930 werd met de bouw begonnen. Meer dan 10.000 werklieden waren in de weer om het kanaal en zes sluizen te bouwen. Er moest ontzettend veel grond verplaatst worden en de steenmassa van de Sint Pietersberg werd gebruikt voor een zware schoor tussen kanaal en Maas En iemand die denkt dat in 1936 een einde aan de conflictsituatie gekomen was, vergist zich deerlijk. In dat jaar daagde Nederland zijn zuidelijke buurman voor het Internationaal Hof van Justitie te ’s-Gravenhage; het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de VN.
Nederland beweerde dat het aftappen van water uit de Maas, door België, ten behoeve van hun scheepvaart op het Albertkanaal niet volgens de afspraken van 1863 is. Om het peil in het Albertkanaal optimaal te houden, moesten de Belgen bij Monsin (Luik) ieder uur 36.000 kub. meter water uit de Maas halen. Maar de rechters in het Vredespaleis hadden begrip voor de Belgische situatie, zodat de Belgen verder mochten bouwen aan hun gigantisch kanaal. In mei 1939 kon vanuit het Kempense kolenbekken de eerste steenkool naar Luik vervoerd worden, maar de officiële opening vond pas plaats in december 1940. Toen was België al zeven maanden door nazi’s bezets.
Op de grens H5, 14 augustus 2011 |