Lemiers, tweeling op de grens (3)
Op 4 augustus 1914 verklaarde Pruisen de oorlog aan het neutrale België. Een week eerder had Oostenrijk de oorlog aan Servië verklaard. Oostenrijk had vergeten de oorlog aan België te verklaren en deed het alsnog op 28 augustus 1914. Van mijn vader hoorde ik dat op 4 augustus 1914, het was een hete zomerdag, in de buurt van het Vaalser Drielandenpunt, Pruisische lansiers naar België trokken. In de loop van de dag trokken vanuit Aken circa 80.000 soldaten België binnen en staken hele dorpen in brand. De Nederlandse neutraliteit werd door Pruisen gerespecteerd. Dat was maar goed ook, want bij ons was de toestand zeer dubieus, omdat ons koningshuis banden met Duitsland had. Prins Hendrik, hertog von Mecklenburg, graaf von Schwerin, stak niet onder stoelen of banken dat hij met de Pruisen dweepte. Onder het mom van een inspectietocht voor het Rode Kruis, stak hij in 1914, in het zuiden van Limburg, illegaal de grens met België over om de Duitse opmars te bewonderen.
Medio 1915 besloot de Duitse regering een elektrische afrastering lang de Belgisch/Nederlandse grens te plaatsen en mettertijd werd de spanning opgevoerd naar 2000 volt. Vanaf mei 1916 werden in Duitsland alle levensmiddelen en dagelijkse producten gerantsoeneerd en waren uitsluitend verkrijgbaar met geld en distributiebonnen.
Smokkelverhaal Op 8 juni 1916, dus midden in die oorlog, werden in Aken het nieuwe Kurhaus en de fameuze Quellenhof geopend. Notabelen hadden behoefte aan chique stoffen en lacetwerk uit België, maar de grenzen waren dicht. Het is niet bekend hoe tientallen meters kostbare kant vanuit België in het neutrale Lemiers(NL) terecht kwamen, wel is bekend hoe het waardevolle kloswerk in Lemiers (Pruisen) en later in Aken terecht kwam. Joep en Wiel hadden er lang over nagedacht, maar nu wisten ze het zeker. Gekleed als pastoor en misdienaar zouden zij de grens van Lemiers naar Lemiers oversteken en de smokkelwaar meenemen. Op een warme zomeravond, zou het moeten gebeuren. Joep was gekleed in een albe (wit kleed) en Wiel in een zwarte toga. Wiel had een lantaarntje en een vinnig klingelend schelletje. De Nederlandse grenswacht was onder indruk van het vertoon en presenteerde zijn geweer. Aan de andere kant van het grensbruggetje stond een Pruisische soldaat die overtuigd was dat het zo hoorde en ging stram in de houding staan. Aan het einde van het dorp werd ergens een deur geopend en het tweetal glipte naar binnen. ‘En waar hebben jullie de dure kant?’ - was de eerste vraag. ‘Moment!’- zei Joep die er opvallend corpulent uitzag. Het trok de albe over zijn hoofd en zag er uit als een levende spoel, opgewonden met kant. De afnemer haalde een plankje en terwijl Joep als een tol om zijn eigen as draaide en van lieverlee spuugmisselijk werd, kon de ander het kantwerk keurig en strak opwinden. Het gezelschap dronk, op de goede afloop, een zelfgedistilleerde sjlieëkrikkesjnaps (jenever uit sleedoornbessen) en aanmerkelijk slanker dan eerst wandelden ‘pastoor’ Joep en zijn misdienaar terug naar het neutrale Lemiers. Met dank aan de heer Dietmar Kottmann voor het maken van een fotografische reproductie van de Reum aquarel. H5 Op de Grens (103) |